Wang Chong

WANG CHONG (27-100? ce), criticus en scepticus die naturalistische verklaringen voor de relatie tussen hemel en mens. Wang werd geboren in een arme familie in Guiji (in het moderne Zhejiang) en studeerde aan de Keizerlijke Academie, maar bekleedde daarna slechts een korte periode. Het grootste deel van zijn leven leefde hij in afzondering en wijdde zich aan het schrijven. Hij schreef drie werken, Zhengwu (het gedrag van de overheid), Lunheng (kritische Essays), en Yangsheng (over de cultivatie van het leven). Daarvan is alleen Lunheng bewaard gebleven.Volgens Wang zelf kan de geest van zijn Lunheng in één zin worden samengevat: hij verafschuwt wat fictief en onwaar is. De fictie die Wang het meest verafschuwde was de theorie van “wederzijdse reactie tussen hemel en mens”, die de geest van Han China had gedomineerd sinds Dong Zhongshu het 150 jaar eerder voor het eerst had voorgesteld. Volgens deze theorie waren afwijkende natuurverschijnselen (zoals overstromingen of het verschijnen van vreemde wezens) voortekenen, hemelse Commentaren op het gedrag van de mens. Wang verwierp deze teleologische kosmologie volledig, met het argument dat de weg van de Hemel er een is van spontaniteit (ziran ) en nonactiviteit (wuwei ). “De hemel, schrijft hij, wil geen dingen voortbrengen, maar dingen worden uit zichzelf voortgebracht; de hemel wil geen dingen scheppen, maar dingen zijn uit zichzelf geschapen.”Omdat hij de hemel definieert in termen van spontaniteit en nonactiviteit, is Wang’ s filosofie in de moderne tijd meestal gekarakteriseerd als naturalistisch, hoewel hij traditioneel werd geclassificeerd als een eclectische (zajia ).Wang ‘ s definitie van de hemel leidde tot een grondige veroordeling van alle theorieën die bewuste interacties tussen de hemel en de mens claimden. Hij vergeleek de plaats van de mens in het universum met een luis in de plooien van een kledingstuk: als een luis niet door zijn handelingen de bewegingen van de man die het kledingstuk draagt kan beïnvloeden, hoe kan een man die op het aardoppervlak leeft dan door zijn handelingen de bewegingen en veranderingen van de hemel beïnvloeden, laat staan veroorzaken? Om deze reden is het gewoon onjuist om te veronderstellen dat er een causale relatie bestaat tussen gunstige of rampzalige natuurlijke gebeurtenissen aan de ene kant en goede of slechte overheid aan de andere kant. Alle schijnbare toevalligheden tussen natuurverschijnselen en menselijk handelen moeten worden opgevat als puur toeval.Een ander gebied van Wang ‘ s filosofie dat invloedrijk is geweest is zijn opvatting van leven en dood. Verschillende van zijn essays zijn gewijd aan een krachtige weerlegging van het populaire geloof van zijn tijd dat de ziel het lichaam kan overleven. Hij hield vol dat de ziel van een mens in zijn lichaam bestaat en dat bij de dood, wanneer het lichaam uiteenvalt in stof en aarde, ook zijn ziel uiteenvalt. Hij gebruikte een beroemde metafoor om deze Lichaam-Ziel relatie te illustreren: de menselijke dood is als het uitsterven van een vuur; wanneer een vuur wordt gedoofd, houdt het licht ervan op te schijnen, en wanneer een mens sterft, houdt ook zijn bewustzijn op te bestaan. Beweren dat de ziel het lichaam overleeft is als zeggen dat het licht het vuur overleeft. Wang argumenteert ook tegen het bestaan van spoken, een andere vorm waarin de menselijke geest werd geloofd om het lichaam te overleven. Volgens Wang, aangezien alle verslagen van spoken melden dat ze net als levende personen kleding dragen, en aangezien kleren zeker geen zielen hebben die ontbinding kunnen overleven, hoe kunnen geesten dan gezien worden met kleren aan? In het nemen van deze atheïstische positie, echter, Wang volgt de Confucianistische in plaats van de Taoïstische traditie. In de Daoïstische gedachte van Han-tijden verlaat de ziel het lichaam bij de dood en keert terug naar zijn” ware thuis”, waar het een mystiek bestaan voortzet.Wang schreef tegen de overheersende overtuigingen van die tijd en was inderdaad een stoutmoedige denker in zijn pogingen om een grote verscheidenheid aan ongefundeerde bijgelovige overtuigingen te vernietigen. Maar in andere opzichten was hij een product van zijn tijd. Hij accepteerde zonder twijfel enkele fundamentele veronderstellingen van het yin-yang dualisme en de theorie van de vijf elementen. Hij deelde de hedendaagse visie dat het leven, kosmisch of individueel, voortkomt uit de interactie en combinatie van de fundamentele vitale krachten (qi) van yang en yin, en alle dingen bestaan uit de vijf elementen van hout, vuur, aarde, metaal en water. Wat in wezen Wang ‘ s kosmologie onderscheidt is de afwezigheid van een kosmisch doel.In Wang ‘ s naturalisme is ook zijn theorie van vooraf bepaald lot gegrond. Succes of mislukking in het leven van een individu of zelfs van de hele staat wordt volgens Wang bepaald door wat hij “lot” (ming) noemde. Het lot, voor Wang, beheerste zelfs precieze gebieden van het leven. Hij stelde bijvoorbeeld dat de levensduur, intelligentie, sociale positie en rijkdom van een mens bij de geboorte bepaald wordt door het soort qi waarmee hij begiftigd is. Orde of wanorde in de staat is ook vooraf bepaald. Wang Nam dus een verband aan tussen hemelse fenomenen en menselijk lot. Echter, hij interpreteerde gunstige of rampzalige natuurlijke gebeurtenissen slechts als tekenen van een vooraf bepaald lot, niet doelgerichte uitdrukkingen van het plezier van de hemel of ongenoegen.Wang was relatief onbekend tijdens zijn leven, maar zijn Lunheng werd herontdekt in het begin van de derde eeuw en maakte de weg vrij voor de groei van het neo-Daoïstische naturalisme tijdens de Wei-Jin periode (220-420).

zie ook

leven na de dood, artikel over Chinese Concepten; ziel, artikel over Chinese Concepten; Yinyang Wuxing.

Bibliografie

Fung Yu-lan. A History of Chinese Philosophy, vol. 2. 2d ed. Vertaald door Derk Bodde. Princeton, 1953. Zie pagina ’s 150-167 voor een beknopte behandeling van Wang’ s Gedachte en zijn historische context.

Needham, Joseph. Science and Civilisation in China, vol. 2, Geschiedenis van het wetenschappelijk denken. Cambridge, 1956. Zie blz. 368-386.

Wang Ch ‘ ung. Lun-heng. 2 vols. 2d ed. Vertaald door Alfred Forke. New York, 1962. Een complete Engelse vertaling met een nuttige introductie.

YÜ Ying-shih (1987)

Leave A Comment